Op 16 oktober 2025 behandelde de Rechtbank Amsterdam een zaak waarin een cliënt van mr. Wouters werd verdacht van het plegen van ontucht met een minderjarig meisje. Cliënt was, in het kader van zijn opleiding, op een basisschool werkzaam en werd op enig moment door het meisje beschuldigd. Hierop was cliënt direct niet meer welkom op de basisschool in kwestie en moest hij noodgedwongen stoppen met zijn opleiding. Cliënt heeft de ontucht altijd met klem ontkend.
Ter terechtzitting ontkende cliënt wederom dat hij zich aan enig strafbaar feit had schuldig gemaakt. Hierop vorderde de officier van justitie dat cliënt werd vrijgesproken. Mr. Wouters betoogde in de eerste plaats dat de verklaringen van het meisje onvoldoende betrouwbaar waren en dat het daarnaast aan voldoende wettig bewijs ontbrak om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
Mede gelet op het requisitoir van de officier van justitie en het pleidooi van mr. Wouters, was de meervoudige kamer in staat om direct mondeling uitspraak te doen en werd cliënt integraal vrijgesproken. De benadeelde partij werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding. Lees de uitspraak hier.
