Gijzeling en afpersing

Gijzeling

 

Gijzeling is strafbaar gesteld in artikel 282a Sr en moet worden onderscheiden van opzettelijke vrijheidsberoving dat in artikel 282 Sr strafbaar gesteld is. Het verschil is dat bij opzettelijke vrijheidsberoving geen specifiek doel hoeft te bestaan, terwijl dit bij gijzeling wel het geval is. De wet spreekt in dit verband over 'het oogmerk een ander te dwingen iets te doen of niet te doen'. Verder bepaalt de wet dat het ook strafbaar is om de gijzelnemer een plek te bieden om een ander gegijzeld te houden.

 

Gijzelnemers kunnen gestraft worden met een gevangenisstraf van ten hoogste 15 jaren. Wanneer de gijzeling de dood tot gevolg heeft kan er zelfs een levenslange gevangenisstraf volgen. Of zulke straffen uiteindelijk worden opgelegd hangt af van de omstandigheden in de zaak en laat zich niet tevoren voorspellen.

 

Afpersing

 

Het afpersen van een ander is strafbaar gesteld in artikel 317 Sr. Afpersen houdt in het door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingen tot afgifte van enig goed (bijvoorbeeld geld) of (computer)gegevens. Voor een bewezenverklaring dient vastgesteld te worden dat de afperser zichzelf beoogt te bevoordelen. Ook wanneer de afperser een ander beoogt te bevoordelen kan een bewezenverklaring voor afpersing volgen. De Hoge Raad heeft daarbij bepaald dat de afperser ook veroordeeld kan worden in het geval hij of zij recht had (of meende te hebben) op de betaling van een bepaald bedrag maar door zijn handelen de grenzen van het maatschappelijk betamelijke heeft overschreden. De maximale straf voor afpersing is in beginsel negen jaar. Indien zich strafverzwarende omstandigheden voordoen (medeplegen of zwaar lichamelijk letsel) is de maximale straf 12 jaar en bij het intreden van de dood 15 jaar gevangenisstraf.

 

Indien u wordt verdacht van betrokkenheid bij soortgelijke delicten adviseren wij u zo spoedig mogelijk contact op te nemen met één van onze advocaten.

 


 terug