Cassatie in beklagzaak

Dinsdag, 29 september 2020

Op 29 september 2020 heeft de Hoge Raad een beschikking van de Rechtbank Amsterdam vernietigt, nadat mr. Takens en mr. Wouters tegen deze beschikking in cassatieberoep waren gekomen. 


Namens cliënt was geklaagd over een aantal inbeslaggenomen goederen (artikel 552a Sv). De rechtbank had het beklag ongegrond verklaard onder de stelling dat niet cliënt, maar een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van de voorwerpen moest worden beschouwd. Mr. Takens en mr. Wouters hebben ten aanzien van dit oordeel een cassatiemiddel ingediend. 


De Hoge Raad volgt mr. Takens en mr. Wouters voor wat betreft het gros van de inbeslaggenomen goederen. De Hoge Raad overweegt hierbij dat de rechtbank haar beslissing tot ongegrondverklaring niet (begrijpelijk) heeft gemotiveerd. Zo hoort het beslag terug naar de beslagene (onze client) als er geen strafvorderlijk belang meer is bij het voortduren van het beslag, tenzij een ander redelijkerwijze rechthebbende is. Het is dus niet zo dat de beslagene hoeft aan te tonen dat hij rechthebbende is. Daarin zat de fout in de beslissing van de rechtbank. De zaak wordt daarom terugverwezen naar de Rechtbank Amsterdam.


Klik hier voor het volledige arrest.


 terug